Gezinshuis

Wat is een gezinshuis?

Het belangrijkste verschil tussen een gezinshuis en een residentiële leefgroep is dat het gezinshuis, anders dan de residentiële groep, een gezinssetting biedt. Een gezinshuis is kleinschalig waarin in het algemeen maximaal 4 of 5 kinderen worden opgevangen. Een ander belangrijk verschil is dat in een residentiële voorziening een kind te maken heeft met wisselende groepsopvoeders, die in teamverband werken en dag-, avond- en weekend diensten draaien. In een gezinshuis zijn de gezinshuisouders te zien als vaste opvoeder en is er meer gelegenheid voor persoonlijke relaties.
In een gezinshuis wonen kinderen die om uiteenlopende redenen niet meer thuis kunnen wonen. Waarbij professionele ondersteuning noodzakelijk is. Voor de activiteit van het gezinshuis zijn we aangesloten bij de franchise organisatie Gezinshuis.com. Gezinshuis.com start en ondersteunt gezinshuizen die deze jongeren opvangen. In onze gezinshuizen wordt de professionaliteit en vakmanschap van gezinshuisouders gecombineerd met het vanzelfsprekende van een bestaand gezin. Jongeren die geen veilig thuis hebben, worden in die gezinnen opgevangen, soms voor kortere, soms voor langere tijd. Er wordt nauw samengewerkt met de plaatsende Zorgaanbieder, in ons geval De Stichting Jeugdformaat.

Gezinshuiskinderen zijn kinderen waarbij er sprake is van een zeer problematische/complexe achtergrond. Deze kinderen hebben vaak al diverse plaatsingen achter de rug (pleeggezinnen, groepen e.d.).

Gezinshuisouders zijn professionals wat blijkt uit:

  • Opleiding, training en jaarlijkse bijscholing.
  • Veel ervaring hebben met diverse gedragsproblematiek, zoals ADHD, ODD.
  • Consequent aansturen en begeleiding geven.
  • Veel verdieping in gedragsproblematiek welke vaak is ontstaan door (langdurige, herhaaldelijke of verschillende) traumatische ervaringen.
  • Maar ook begrip voor de grote loyaliteit die deze kinderen richting hun ouders hebben en blijven houden. Er blijft, indien mogelijk, zo veel mogelijk verbinding met biologische familie en netwerk.
  • De gezinshuisouders blijven neutraal en respect vol in het contact met ouders. De identiteit van de kinderen staat voorop, met hierbij de biologische ouders en/of netwerk.
  • Vooraf aan de plaatsing wordt er een Verleningsbesluit door plaatsende instantie afgegeven. Naar aanleiding hiervan wordt er een Hulpverleningsplan (HVP) geschreven.
  • De plaatsing wordt binnen 2 weken gevolgd door een START gesprek. Hierin worden afspraken rondom bezoekregelingen, belafspraken e.d. vastgelegd.
  • Binnen 6 á 8 weken na plaatsing worden de werk- en einddoelen in een Werkplan bespreking vastgelegd. Hierbij aanwezig: pupil, ouders, voogd en kernteam.
  • Er wordt doelgericht gewerkt, elke 6-weken een Kernteam overleg. Hierbij sluit naast de gezinshuisouders een gedragswetenschapper en een ambulant hulpverlener aan. Hierin wordt de hulpvraag, welke ondersteuning er nodig is, en perspectief van de geplaatste kinderen besproken. De werkdoelen worden, in overleg, (half)jaarlijks bijgesteld.
  • Evaluatie momenten waarbij pupil, ouders, voogd en kernteam aanwezig.
  • Weten welke hulpvormen er beschikbaar zijn. Korte lijntjes hebben met de hulpverlening.
  • De gezinshuisouder is fulltime aanwezig omdat de opvang en begeleiding van deze kinderen en het contact met ouders en hulpverleners veel tijd en aandacht vraagt.  
  • Er wordt vooral aangestuurd op de vele “mogelijkheden en talenten” van het kind.
  • De geplaatste pupillen ontvangen een vast bedrag, afhankelijk van leeftijd, aan kleed- en zakgeld. Er wordt echter wel toezicht gehouden hoe het geld wordt uitgegeven.